Reflecteren – Leren begrijpen waarom iets werkt
Reflecteren als sleutel tot leren
Reflecteren is het vermogen om bewust terug te kijken op het eigen handelen, de gekozen aanpak en het behaalde resultaat, en daar betekenis aan te geven. Het vormt de verbindende schakel tussen denken, doen en leren. Waar denkvermogen leerlingen helpt om strategieën te kiezen, zelfstandig leren hen leert volhouden en samenwerken inzicht geeft in perspectieven van anderen, zorgt reflectie ervoor dat deze ervaringen worden omgezet in duurzame leerkennis.
In groep 8 krijgt reflecteren een extra belangrijke functie. Leerlingen staan aan de vooravond van het voortgezet onderwijs, waar zij vaker worden aangesproken op hun eigen verantwoordelijkheid en waar minder directe sturing aanwezig is. Reflectie helpt hen om te begrijpen waarom iets lukt of niet lukt, en wat zij zelf kunnen doen om hun leren te verbeteren.
Meer dan terugkijken
Reflecteren wordt vaak opgevat als ‘achteraf praten over hoe het ging’. Effectieve reflectie begint echter vooraf en loopt door tijdens en na het werken. Juist door vooraf verwachtingen en aanpak expliciet te maken, ontstaat er na afloop een referentiekader om betekenisvolle verbanden te leggen.
Volgens Zimmerman (2002) is reflectie een kernonderdeel van zelfregulerend leren: leerlingen leren hun prestaties te koppelen aan inzet, strategie en keuzes, in plaats van aan toeval of vaste talenten. Dit versterkt het gevoel van controle en eigenaarschap over het leerproces.
Reflecteren in de praktijk van groep 8
De leerlijn ‘Leren denken & leren leren – wel en niet doen’ benadrukt dat reflectie vooral krachtig wordt wanneer leerlingen zélf actief aan het denken worden gezet, en wanneer de leerkracht niet het reflectiegesprek overneemt.
Effectief reflectiegedrag van leerlingen ontstaat wanneer leerkrachten:
1. Reflectie voorbereiden vóór de taak
Organiseer dat leerlingen vooraf kort vastleggen:
- wat zij verwachten van het resultaat;
- welke aanpak of strategie zij gaan gebruiken;
- waar zij extra op moeten letten.
Dit kan eenvoudig, bijvoorbeeld:
- met een verwachting op een schaal van 1–10;
- door te noteren: “Ik ga eerst… dan… en daarna…”.
Door vooraf na te denken over aanpak en verwachting, wordt het achteraf makkelijker om het verband te leggen tussen inzet, strategie en resultaat.
2. Reflectie richten op oorzaak en invloed
Na afloop van een taak leren leerlingen benoemen:
- wat het resultaat was;
- hoe dat resultaat tot stand is gekomen;
- wat zij zelf hebben gedaan dat heeft geholpen of juist belemmerd.
Vragen die hierbij ondersteunen:
- Wat heb jij gedaan waardoor dit goed ging?
- Wat zou je een volgende keer anders aanpakken?
- Welke stap was cruciaal voor het resultaat?
Deze manier van reflecteren helpt leerlingen succes toe te schrijven aan zichzelf en bij tegenslag te zien waar zij invloed op hebben. Dat vergroot hun zelfeffectiviteit en doorzettingsvermogen.
3. Reflecteren op fouten als leerkans
Net als bij zelfstandig leren speelt zelfcorrectie een belangrijke rol. Door te werken met nakijkboeken leren leerlingen hun werk na te kijken en fouten te analyseren:
- was het een slordigheidsfout?
- ben ik een stap vergeten?
- of snap ik iets nog niet?
De kern is niet dat er een fout is, maar waarom die fout is ontstaan. Dit voorkomt dat leerkrachten te snel opnieuw uitleg geven, terwijl de leerling mogelijk het concept wel begrijpt, maar een andere fout maakte.
De rol van de leerkracht: begeleiden zonder overnemen
Reflecteren vraagt van de leerkracht een coachende houding. Wanneer de leerkracht het reflectiegesprek overneemt of klassikaal voert, verschuift het eigenaarschap weer naar de volwassene. Effectieve reflectie vindt daarom vooral individueel plaats of in kleine groepjes met vaste reflectievragen en in een veilige sfeer waarin fouten normaal zijn. Door leerlingen steeds opnieuw te laten oefenen met reflecteren, leren zij hun leerervaringen bewust te benutten bij nieuwe taken en in andere vakken.
Expeditie Brugklas: reflectie als verbindende kracht
Binnen Expeditie Brugklas krijgt reflectie een centrale plek. Leerlingen werken niet alleen aan opdrachten, maar staan structureel stil bij hun verwachtingen vooraf, hun aanpak en samenwerking en het resultaat en hun leerpunten.
Door deze cyclische aanpak ervaren leerlingen dat leren geen eenmalige prestatie is, maar een proces waarin denken, doen en reflecteren elkaar voortdurend versterken. Ze leren verbanden leggen tussen eerdere ervaringen en nieuwe uitdagingen en nemen deze inzichten mee naar volgende opdrachten.
Zo wordt reflectie een vaardigheid die leerlingen helpt om zelfstandiger keuzes te maken, gerichter samen te werken, beter om te gaan met fouten en tegenslagen en met vertrouwen de overstap naar het voortgezet onderwijs te maken.
Daarnaast doet samenwerken iets met hun motivatie. Het geeft energie om samen ergens aan te werken, om te merken dat je vooruitkomt doordat je elkaar helpt, aanvult en uitdaagt. Die gezamenlijke inspanning nodigt uit om vol te houden, ook als het moeilijk wordt. Zo worden niet alleen kennis en vaardigheden opgebouwd, maar worden ook belangrijke executieve functies versterkt — zoals flexibiliteit, taakinitiatie en het vermogen om het werkproces te monitoren. Dit zijn vaardigheden die leerlingen niet alleen helpen in de brugklas, maar die ze meenemen in elke nieuwe fase van hun ontwikkeling.
Waarom dit werkt
Reflectie versterkt meerdere lagen van leren tegelijk:
- Cognitief: leerlingen leren strategieën evalueren en bijstellen.
- Motivationeel: ze ervaren invloed op succes en falen.
- Emotioneel: fouten verliezen hun bedreigende karakter en worden leermomenten.
- Metacognitief: leerlingen ontwikkelen inzicht in hun eigen leerproces.
Onderzoek laat zien dat leerlingen die regelmatig reflecteren beter in staat zijn hun leren te sturen en meer verantwoordelijkheid nemen voor hun ontwikkeling (Hattie, 2009; Zimmerman, 2002).
Conclusie
Reflecteren is geen afsluitende stap, maar een onmisbare motor voor groei. Door leerlingen in groep 8 te leren nadenken over hun verwachtingen, aanpak en resultaten, ontwikkelen zij eigenaarschap over hun leren. Zij ontdekken dat succes niet toevallig is, maar voortkomt uit bewuste keuzes, inzet en strategie.
Wie leert reflecteren, leert zichzelf begrijpen als lerende. Daarmee zijn leerlingen niet alleen beter voorbereid op de brugklas, maar ook toegerust voor blijvende ontwikkeling — nu en in de toekomst.
Bronnen
- Machielsen, A. (2021). Wat wel en niet te doen met doelen Leren denken & Leren – Leerkrachtgedrag bij niveau 8
- Hattie, J. (2009). Visible learning. Routledge.
- Zimmerman, B. J. (2002). Becoming a self-regulated learner: An overview. Theory Into Practice, 41(2), 64–70.
- Gerats, K., & Van der Mark, J. (2022). Zelfregulatie in een notendop (2e druk). Uitgeverij OMJS.





