De ontwikkeling van zelfbeeld bij kinderen van 4 t/m 15 jaar
Uit OMJS Magazine #12 (november 2025)
Tekst: Janneke de Wolf
Het zelfbeeld van kinderen – de manier waarop zij zichzelf zien en waarderen – ontwikkelt zich van jongs af aan en is bepalend voor hun leren, welzijn en sociale relaties. Tussen 4 en 15 jaar maakt een kind hierin grote sprongen: van de eerste eenvoudige zelfbeschrijvingen (‘ik kan hard rennen’) naar complexere reflecties op de eigen talenten, tekortkomingen en sociale positie.
Een positief en realistisch zelfbeeld helpt kinderen uitdagingen aan te gaan, fouten te zien als leerkansen en met vertrouwen relaties aan te gaan. Een negatief of instabiel zelfbeeld kan daarentegen leiden tot onzekerheid, terugtrekgedrag of juist overschreeuwen van kwetsbaarheid. De rol van de leraar is hierin cruciaal: pedagogisch sensitief handelen, rekening houden met verschillen tussen leerlingen, aandacht hebben voor stresshantering, veerkracht en hoge verwachtingen.
Dit vraagt om balanceren tussen relationele nabijheid en autonomie. Leerlingen hebben bevestiging en steun nodig, maar ook ruimte om fouten te maken en zelf keuzes te leren maken (Bakx, 2024). De leraar kan hierbij ondersteunen door:
- observeren en erkennen: zie wat een leerling al kan en
benoem dat expliciet; - uitdagende, maar haalbare opdrachten: bied succes-
ervaringen die aansluiten bij het niveau en de motivatie
van de leerling; - aandacht voor stress en veerkracht: help leerlingen omgaan met spanning en teleurstelling, zodat zij zich sterker voelen in hun leerproces;
- hoge verwachtingen uitspreken: toon vertrouwen in de mogelijkheden van leerlingen, zonder de druk onrealistisch te maken.
Seligman en Peterson introduceerden in 2004 het concept van character strengths (karaktersterktes) als onderdeel van de Positive Psychology beweging. Hun doel was om – in plaats van alleen te focussen op psychische problemen – te onderzoeken wat mensen gelukkig en veerkrachtig maakt. Seligman en Peterson ontwikkelden een classificatie met 24 karakterkrachten, die ze verdeelden over zes universele domeinen (wijsheid, moed, menselijkheid, gerechtigheid, gematigdheid en transcendentie). Deze krachten worden wereldwijd herkend in verschillende culturen en religies. Het idee is dat iedereen deze karakterkrachten in zekere mate bezit, maar dat sommige meer ontwikkeld zijn dan andere – je signature strengths. Verschillende factoren kunnen invloed hebben op de ontwikkeling van het zelfbeeld. Zo kan behoren tot een minderheidsgroep, zoals (hoog)begaafde leerlingen vaak doen, een rol spelen. Leerlingen uit zo’n groep lopen een grotere kans om geconfronteerd te worden met vooroordelen, negatieve stigmatisering en een andere manier van beoordelen en benaderen. Dit kan leiden tot stereotype threat: de angst om met hun gedrag bestaande vooroordelen te bevestigen. Hierdoor kunnen leerlingen zich gaan aanpassen aan de meerderheidsgroep om geaccepteerd te worden.
Het actief werken met en aan karakterkrachten heeft positieve gevolgen voor het algemene en schoolse welbevinden van leerlingen (Ruit, 2021).
Het product KarakterKracht, ontwikkeld door Point 040 in samenwerking met Uitgeverij OMJS, sluit hier naadloos op aan. De inhoud van deze koffer richt zich op het versterken van karaktereigenschappen zoals doorzettingsvermogen, empathie en zelfbewustzijn. Door met KarakterKracht te werken, krijgen leraren praktische tools om de sociaal-emotionele ontwikkeling van een kind zichtbaar en bespreekbaar te maken. Kinderen leren hun talenten ontdekken én leren woorden geven aan hun kwaliteiten en uitdagingen. Dit draagt direct bij aan een positief zelfbeeld: ze zien zichzelf niet alleen als ‘goed’ of ‘slecht’ in een vak, maar als mens met unieke krachten en mogelijkheden.
Ontwikkelingsfasen van het zelfbeeld
Kleuterleeftijd (4-6 jaar) Zelfbeeld ontstaat vooral in relatie tot concrete vaardigheden en uiterlijk (‘ik kan tekenen’, ‘ik heb blauwe schoenen’). Waardering van de omgeving speelt een grote rol.
Middenbouw (6-9 jaar) Kinderen gaan zichzelf vergelijken met anderen. Ze ontwikkelen een gevoel van competentie (‘ik kan iets wel’ of ‘ik kan iets niet’), vaak sterk afhankelijk van schoolse prestaties.
Bovenbouw (9-12 jaar) Het zelfbeeld wordt meer gelaagd. Kinderen kunnen meerdere kanten van zichzelf erkennen (‘ik ben goed in rekenen, maar minder goed in sport’). Sociale vergelijking neemt toe en kan onzekerheid versterken.
Vroege puberteit (12-15 jaar) Identiteitsvorming komt centraal te staan. Jongeren ontwikkelen een meer abstract zelfbeeld, zoeken autonomie en hechten veel waarde aan acceptatie door leeftijdsgenoten.
Kennen – Herkennen – Erkennen
De koffer omvat drie onderdelen: kennen, herkennen en erkennen. Om KarakterKracht effectief in te zetten is een goede basiskennis essentieel. Daarom bevatten de kaarten van het onderdeel Kennen informatie over diverse onderwerpen die met KarakterKracht te maken hebben. Deze kaarten zijn er in eenKarakterKracht te maken hebben. Deze kaarten zijn er in een versie voor de leraar en de leerling.
Het onderdeel Herkennen helpt leerlingen inzicht te krijgen in hun zelfbeeld en geeft leraren zicht op hoe leerlingen zichzelf zien. Ook kan het aanwijzingen geven voor mogelijke kenmerken van (hoog)begaafdheid. Dit onderdeel bestaat uit 72 kaartjes, met aan de ene kant een karakterkracht en aan de andere kant een bijpassende uitspraak.
Het onderdeel Erkennen omvat 48 kaarten met verschillende werkvormen voor de leraar. Deze werkvormen moedigen aan om actief te werken aan het ontwikkelen van karakterkrachten en vormen een startpunt voor gesprek en reflectie.
Bronnen
- A. Bakx (2024). De pedagogisch sensitieve leraar (tweede, herziene druk). Gompel & Svacina.
- POINT040 (2023). KarakterKracht. Uitgeverij OMJS.
- C. Peterson & M.E.P. Seligman (2004). Character strengths and virtues: A handbook and classification.
- P. Ruit (2021). Het werken met kernkwaliteiten in het basisonderwijs (proefschrift). Rijksuniversiteit Groningen.





