Skip to main content

Stratosphere gaat over ‘Toekomstig Leren in een alom verbindende digitale wereld’, waar informatie, communicatie en technologie altijd en overal beschikbaar zijn. Deze Nederlandse vertaling van het boek van Michael Fullan, geeft ons dieper inzicht in de noodzaak om pedagogie-technologie-veranderkunde te koppelen, zodat het leren en lesgeven in scholen in de toekomst er anders uit gaat zien. Technologie verbetert het leren en de onderwijsresultaten naar Fullans idee alleen als het verbonden kan worden met een duidelijke focus op het verbeteren van leerresultaten van alle leerlingen en de veranderende rol van leraren.

Stratosphere

De verbindende kracht van technologie, pedagogie en veranderkunde.

De reis

Zonder dat ze het zelf weten, hebben drie belangrijke ideeën elkaar al meer dan veertig jaar nodig. Het gaat om technologie (vanaf het moment dat de eerste pc’s ongeveer een halve eeuw geleden verschenen), pedagogiek (vanaf het moment dat algemeen voortgezet onderwijs nagestreefd werd, halverwege de jaren 60 van de vorige eeuw) en veranderkennis (vanaf het moment dat implementatie een reden tot zorg werd, rond 1970). Deze drie krachten hebben zich nu ontwikkeld tot een punt waarop een krachtige synergie met fantastische resultaten in het verschiet ligt. Ik noem deze triade ‘de stratosfeer’. Ze is groter dan de cloud – er is een gigantische bron aan online informatie ‘daarbuiten’, waarvan we de fysieke locatie niet kennen. Maar ze bestaat en we hebben er met onze mobiele devices toegang toe. De cloud is zowel daarbuiten als hierbinnen. We hoeven de cloud niet te begrijpen om deze te kunnen waarderen. Stratosfeer is precies hetzelfde, maar dan nog subliemer. Het omvat niet alleen technologie, met zijn gigantische, immer groeiende informatiepakhuizen, maar ook mogelijkheden om anders te leren (pedagogiek). Bovendien omvat het veranderkennis – wat doen we met al deze informatie om dingen ten goede te veranderen?

Ik zal niet beweren dat de drie krachten – technologie, pedagogiek en veranderkennis – elkaar bewust opzoeken in de stratosfeer, maar ik durf wel te beweren dat het onvermijdelijk is dat zij met elkaar in contact komen. Dit boek beschrijft hoe we deze connectie explicieter en effectiever kunnen maken voor de mens. De term ‘stratosfeer’ is bedoeld als omschrijving van concepten als mysterie, intrige en het onbekende. Het omvat ook mysteries die we nog niet kunnen bevatten, zoals nieuw onderzoek dat uitwijst dat onze hersenen onbewust betekenisvolle relaties vormen, niet alleen met andere mensen, maar ook met schijnbaar levenloze dingen. Je zou kunnen zeggen dat het het levenloze menselijk maakt. The Master and His Emissary: The Divided Brain and the Making of the Western World van auteur Iain McGilchrist is een wonderbaarlijk onderzoek naar de invloed van de hersenen in relatie tot het universum.1 McGilchrist stelt dat dat waar wij aandacht aan besteden, niet alleen onze wereld interpreteert, maar die wereld ook verandert en daarmee ons dus ook. Dit vraagt om een beetje mysterie. Willen we volgens McGilchrist iets volledig kunnen begrijpen ‘dan moet het bij ons binnenkomen en ons veranderen; dan moet er iets in ons zijn dat er specifiek op reageert als zijnde uniek.’ Dit komt het duidelijkst tot uiting in kunst. Een prachtig kunstwerk is volgens McGilchrist ‘eerder een levend wezen dan een ding. Dat onze ontmoeting met dat wezen ertoe doet en iets betekent, hangt samen met het feit dat ieder levend wezen een op zichzelf staand, coherent geheel is dat onderdeel uitmaakt van een grotere context waar wij ook in en bij betrokken zijn.’2 In feite stelt Stratosphere dat een geweldig stuk technologie net zoiets is als een levend wezen door de manier waarop we het ervaren. Dit is waarom ik later stel dat sommigen van ons in de toekomst met onze robots zullen trouwen. Niet schrikken, het wordt allemaal heel concreet in dit boek, maar ik wil van meet af aan stilstaan bij het mysterie van de mensheid en haar universum – een mysterie dat door technologie slechts versterkt wordt. Nog één abstractie: luister naar het verhaal van McGilchrist over de linker en rechter hersenhelft.

De linker hersenhelft is altijd bezig met een doel: ze heeft altijd een eind voor ogen en devalueert alles wat niet ter zake is. De rechter hersenhelft daarentegen, heeft nergens een plan voor. Deze hersenhelft is alert op alles wat is, zonder vooroordelen, zonder een gedefinieerd doel… De wereld van de linker hersenhelft, afhankelijk van denotatieve taal en abstractie, levert de helderheid en kracht om dingen te manipuleren die bekend zijn of vast, statisch, geïsoleerd, gedecontextualiseerd, expliciet, onstoffelijk, van algemene aard, maar uiteindelijk levenloos. De rechter hersenhelft daarentegen levert een wereld van individuele, veranderende, evoluerende, onderling verbonden, impliciete, belichaamde, levende wezens binnen de context van de geleefde wereld, maar is in wezen nooit volledig grijpbaar, altijd onvolledig bekend – en in onze wereld zien we het als ‘zorg’ voor elkaar.

Ik kan me geen fundamentelere kritiek voorstellen op de inhoudsgedreven aanpak van onze huidige onderwijssystemen en geen beter argument waarom de nieuwe pedagogiek – leren hoe te leren – zo essentieel is. Leer hoe te leren, omdat de evoluerende wereld voortdurend verandert en ongrijpbaar is. We hebben dat vermogen nodig om bij te blijven – om van tijd tot tijd het ongrijpbare te grijpen. Alleen zij die weten hoe te leren, die zich kunnen identificeren met anderen en de omgeving (inclusief de ‘dingen’ daarin) en die de wereld onderdeel kunnen maken van hun eigen evolutie, zullen gedijen in deze wereld. Het is vreselijk spannend om in deze wereld te leven met de hersenen die we hebben gekregen. Dit boek gaat over hoe de ideeën die zijn ingebed in de nieuwe technologie, de nieuwe pedagogiek en de nieuwe veranderkennis samenkomen om het onderwijs voor iedereen te transformeren. Ik heb enige tijd intensief aan twee van de drie onderwerpen gewerkt en geprobeerd om goede onderwijspraktijken te integreren tot wat we nu een ‘totale systeemhervorming’ noemen – het morele doel van het hoger leggen van de lat en het overbruggen van de kloof voor alle leerlingen in een staat, provincie of land. We zijn niet ver genoeg gegaan in het bevorderen van de nieuwe pedagogiek – het leren hoe te leren – en dit is waar technologie haar intrede doet. Technologie ontwikkelde zich veel sneller dan de andere twee concepten in termen van enorme kwantiteit en doelloze kwaliteit. Het is nu tijd om te kijken hoe technologie ingepast kan worden in meer doelgerichte onderwijsveranderingen voor leerlingen en leraren in de 21e eeuw.

Voor pioniers op het gebied van verandering, zoals ikzelf, is het eenvoudiger maken van verandering het nirwana. Verandering wordt leuker wanneer het ervaringen biedt die boeiend, precies en specifiek zijn; wanneer het leidt tot hoge opbrengsten (veel meerwaarde in verhouding tot de inspanning), tot hogere-orde-denken (mensen creatiever, meer probleemoplossend en innovatiever maken) en tot een betere samenwerking met meer individueel en collectief voordeel. We beschikken al geruime tijd over deze vier elementen, maar niet in de juiste grootte. Het goede nieuws is dat ze de afgelopen twee jaar duidelijker zijn geworden, omdat onderzoeksresultaten hebben aangetoond hoe waardevol ze kunnen zijn. We hebben veel succes gehad met het hervormen van het onderwijssysteem in Ontario. In 2003 namen we een stilstaand systeem als uitgangspunt. Sindsdien hebben we indrukwekkende stappen voorwaarts gemaakt bij de 5000 publiek bekostigde scholen. Het taal- en rekenniveau is met 15% toegenomen bij 4000 basisscholen. Het afstudeerpercentage in het voortgezet onderwijs is gestegen van 68% naar 82%, en dat percentage neemt nog steeds toe. Moreel besef, verbeter- en verandercapaciteit en eigenaarschap zijn inmiddels ingebed is scholen, regio’s en instellingen. Technologie heeft tot op heden nog geen grote rol gespeeld. Dit verklaart waarom het percentage van de schoolbevolking dat goed is in hogere-orde-denken ongeveer hetzelfde is gebleven: slechts 13%, volgens de beoordeling van de Education Quality and Accountability Office (EQAO). Pedagogisch onderzoek toont aan dat, zelfs met betrekking tot de hogere-orde-(denk)vaardigheden, kleine investeringen in doelgerichte relaties met leerlingen veel rendement hebben op het gebied van motivatie en prestatie. Technologie kan deze leerervaringen tegen minimale kosten op grote schaal gaan versnellen. In de volgende hoofdstukken zetten we uiteen wat de nieuwe pedagogiek betekent. We zullen duidelijk uitleggen wat we bedoelen met de vage omschrijving dat we de ‘rol van de leraar en de leerling moeten omdraaien’.

We leren meer over grootschalige verandering en we maken het minder gecompliceerd door ons met een doordachte aanpak te richten op een beperkt aantal ambitieuze doelen. Die aanpak bestaat uit een vijftal kernfactoren: intrinsieke motivatie, vergroten van verbeter- en verandervermogen, transparante resultaten en praktijken, leiderschap op alle lagen en een positieve, proactieve houding ten aanzien van de voortgang. Om met de woorden van Jeff Kluger te spreken noem ik deze veranderkennis ‘simplexiteit’: een beperkt aantal belangrijke factoren (het ‘simpele’ aspect) dat moet gedijen bij grote groepen mensen (het complexe aspect). We zullen zien dat het risico groot is dat technologie zaken alleen maar erger maakt voor de mensheid. We zullen ook ontdekken dat we met steeds meer enthousiasme en doelgerichtheid kunnen leren in de cloud. Hoewel we ons nog in de beginfase van deze ontwikkeling bevinden, kunnen we al met zekerheid voorspellen dat dit fenomeen in een stroomversnelling zal geraken, zodra het duidelijker zichtbaar wordt. Het zal, zoals dat zo mooi heet, ‘viraal’ worden. We willen weten hoe we met deze nieuwe, virale wereld om moeten gaan en hoe we ons vermogen kunnen vergroten om haar in ons voordeel te laten werken.

Naar binnen of naar buiten, in ruimte of in tijd, hoe verder we doordringen in het onbekende, des te grootser en prachtiger het wordt.

In Stratosphere onderscheid ik vier criteria voor het integreren van technologie en pedagogiek voor het produceren van spannende, innovatieve leerervaringen voor alle leerlingen – iets wat dringend nodig is om het onderwijs echt de 21e eeuw in te trekken. Deze nieuwe ontwikkelingen moeten:

1. onweerstaanbaar boeiend zijn (voor leerlingen en leraren);
2. efficiënt en eenvoudig in gebruik zijn op een elegante manier;
3. gebruikmaken van overal beschikbare technologie;
4. gebaseerd op het oplossen van levensechte problemen.

Op dit moment geven enkele ad-hocvoorbeelden in de praktijk ons al een vooruitblik op hoe deze ervaringen eruit zouden kunnen zien, maar dit zijn nu nog uitzonderingen. De echte revolutie die ik in dit boek bepleit, zorgt voor duurzame leerervaringen voor alle leerlingen.

Het integreren van technologie, pedagogiek en veranderkennis werkt fundamenteel bevrijdend. Het democratiseert leren op zo’n manier dat iedere leerling leert ‘hoe’ te leren: op basis van persoonlijke passie, doelgericht en met veel voldoening. Maar het meest waardevol is wel dat leerlingen gezamenlijk leren en dat ze lokale en virtuele verbindingen met anderen verstevigen. Hierbij komen thema’s als wereldburgerschap, solidariteit, collectief probleemoplossen en duurzaamheid aan bod. Maar meer nog dan dit wordt onze veranderkennis over duurzame systeemveranderingen steeds specifieker en duidelijker. We weten meer over hoe we verschillende mensen kunnen interesseren voor verbeter- en veranderprocessen. Dit genereert eigenaarschap en de noodzakelijke randvoorwaarden voor voortdurende verbetering. Het feit dat veranderingen in technologie en pedagogiek ook dramatisch dwingend worden, maakt deze revolutie echt in plaats van hypothetisch. In wezen geldt voor Stratosphere dat de drie-eenheid technologie, pedagogiek en veranderkennis een onverslaanbare combinatie vormt. De convergentie is zo sterk dat te verwachten is dat we in de nabije toekomst diverse doorbraken mee zullen maken die radicaal breken met de gangbare praktijk van ‘hoe’ en ‘wat’ we leren. Onderwijs en technologie raken onlosmakelijk met elkaar verbonden!

Met betrekking tot onderwijs hebben we zo’n beetje het einde bereikt van al het goede dat we uit ons achterhaalde schoolsysteem kunnen persen. Het huidige systeem is te duur, niet efficiënt en, zoals ieder kind je kan vertellen, dodelijk saai. Dit kan worden veranderd en dat zal gemakkelijker zijn dan we denken, omdat de alternatieven nu al veel goedkoper en oneindig veel boeiender zijn. Dit is de reis van Stratosphere, van het begrijpen van de krachten en de gevaren van technologie, via het uittekenen van gemakkelijkere en effectievere veranderingen naar het gebruiken van deze nieuwe veranderkennis voor het realiseren van een nieuw zelf-genererend leersysteem voor iedereen.

De belangrijkste punten op een rij

Technologie, pedagogiek en veranderkunde zijn al heel lang met elkaar verbonden.

Het huidige onderwijssysteem is te veel inhoudgedreven en te weinig gericht op het leren leren voor de toekomst.

Bij het bevorderen van dat leren leren en de nieuwe pedagogiek dient de technologie een grotere rol te spelen dan nu gebeurt.

We kunnen veranderingen eenvoudiger en succesvoller maken. Bijvoorbeeld door te investeren in doelgerichte relaties met kinderen en door ons in veranderingen te richten op een beperkt aantal ambitieuze doelen met een doordachte aanpak. Deze doordachte aanpak bevat vijf kernfactoren:

• intrinsieke motivatie
• vergroten van het verbeter- en verandervermogen
• transparante resultaten en praktijken
• leiderschap op alle lagen
• positieve, proactieve houding ten aanzien van de voortgang

Er bestaan vier criteria voor het produceren van innovatieve leerervaringen voor alle kinderen (waarbij technologie en pedagogiek geïntegreerd wordt):

• Ze zijn onweerstaanbaar boeiend.
• Ze zijn elegant efficiënt en eenvoudig in gebruik.
• Ze maken gebruik van techniek die overal en altijd beschikbaar is.
• Ze gaan over alledaagse probleemoplossing.

We weten steeds meer over verbeter- en veranderprocessen; van die kennis moeten we en gaan we meer gebruikmaken.

Veel mensen zouden graag iets aan ons onderwijssysteem veranderen en verbeteren; met behulp van technologie, kennis van effectieve pedagogiek en veranderkennis kan dat.

Stratosphere

De verbindende kracht van technologie, pedagogie en veranderkunde.

Stratosphere gaat over ‘Toekomstig Leren in een alom verbindende digitale wereld’, waar informatie, communicatie en technologie altijd en overal beschikbaar zijn. Deze Nederlandse vertaling van het boek van Michael Fullan, geeft ons dieper inzicht in de noodzaak om pedagogie-technologie-veranderkunde te koppelen, zodat het leren en lesgeven in scholen in de toekomst er anders uit gaat zien. Technologie verbetert het leren en de onderwijsresultaten naar Fullans idee alleen als het verbonden kan worden met een duidelijke focus op het verbeteren van leerresultaten van alle leerlingen en de veranderende rol van leraren.

Auteur(s): Michael Fullan
Uitgeverij: Uitgeverij OMJS i.s.m. Stichting de Brink
Taal: Nederlands
ISBN: 978-90-81748-46-9
Uitvoering: hardcover
Jaar van uitgave: 2013
Druk: 1e druk
Aantal pagina’s: 144
Close Menu

Onderwijs Maak Je Samen

Steenovenweg 50
5708HN Helmond

T: +31(0)492881157
E: info@onderwijsmaakjesamen.nl