Skip to main content

Hoe kun je meten wat je wilt weten?

De (digitale) toets als obstakel

Uit OMJS Magazine #10

Iedere school maakt anno 2023 gebruik van digitale middelen. Als het gaat om digitaal methodeonafhankelijk toetsen, dan zien we dat veel scholen in de experimenteerfase zitten. Wat we tegenkomen, is dat digitale vaardigheden ontbreken bij leerlingen, wat leidt tot het onbetrouwbaar toetsen van cognitieve vaardigheden. Kortom: meet je wat je wilt weten?

Vertrekken vanuit visie

Digitaal toetsen vraagt vaardigheden die tot het domein van digitale geletterdheid behoren. Veel van deze vaardigheden vind je terug in de domeinen Taal en Rekenen (Staat van het Onderwijs, 2023). Het is daarom niet verrassend dat digitale geletterdheid tot de basisvaardigheden behoort. Maar wat digitale geletterdheid anders maakt, is dat ze bij weinig scholen onderdeel uitmaakt van de integrale kijk op leren.

We zien te vaak dat toetsbeleid of omgang met digitale toetsen als middel wordt benaderd zonder terug te kijken naar de kern: hoe kijken wij naar het leren van onze leerlingen? Leren je leerlingen vooral op papier of maken ze opdrachten via digitale methodes? Laten we kijken wat het wettelijk kader zegt (Inspectie van het Onderwijs, 2023):

“Wij verwachten van scholen dat ze de ontwikkeling van hun leerlingen goed volgen en evalueren en hier het onderwijs op afstemmen. Want zo zorgen zij ervoor dat hun leerlingen een ononderbroken ontwikkeling kunnen doormaken. Scholen mogen zelf bepalen hoe ze de ontwikkeling van de leerlingen exact in beeld brengen. Dat kan bijvoorbeeld met toetsen, observaties en/of andere middelen. Wel zijn scholen sinds het schooljaar 2014/2015 verplicht om een eindtoets af te nemen en een leerlingvolgsysteem (LVS) te gebruiken.”

De vraag is dus: hoe leren onze leerlingen – of hoe willen wij dat onze leerlingen leren? En vervolgens: hoe sluit onze manier van evalueren / toetsen hierop aan? Daarmee meten we of onze aanpak in een bepaalde periode werkt of niet. (Doen wij als team ons werk goed?)

Vaak vergeten bij digitaal toetsen: de houding van de leerling.

Toetsbeleid

De keuzes die je maakt in je onderwijs sluiten, als het goed is, aan bij je keuzes in toetsing. Of je kiest voor digitale of papieren toetsen maakt niet uit, zolang die keuze maar beredeneerd gemaakt wordt. Less is more, zeggen we daarbij. Probeer met zo min mogelijk methodes, apparatuur, administratie enzovoort een zo goed mogelijk beeld van de leerling te creëren. Maak beredeneerde keuzes voor een volgmethode, voor de onderdelen / toetsen die je daarvan inzet en hoe vaak je dat doet. Wat doen we voor alle leerlingen (beleid) en waar zoeken we de verbreding of verdieping voor enkele leerlingen (uitzonderingenbeleid)? Om na te gaan wat je eigen houding rondom toetsen is, kun je jezelf afvragen of je toetsinformatie gebruikt als basis voor je onderwijskwaliteit of omdat je een rapportage moet vullen.

Een ander punt is toetsdruk: de ervaren druk om goed te presteren op een toets, opgelegd door degene die de toets maakt of door een ander. We kijken daarbij naar de hoeveelheid informatie die rondom kinderen verzameld wordt, in verhouding tot de brede ontwikkeling van kinderen. We zien daarbij dat het gewicht dat we aan toetsscores toebedelen vele mate groter is dan aan bijvoorbeeld werkhouding, observaties of de sociaal-emotionele ontwikkeling. Aan de ene kant kan deze druk ontstaan vanuit leerlingen zelf (denk aan faalangst) of vanuit ouders (ik wil dat mijn kind het beste uit zichzelf haalt). Aan de andere kant kan de toetsdruk ontstaan vanuit de leraar (angst om zaken subjectief te maken), inspectie of bestuur.

Toetsdruk kan ook voortkomen uit een meting op een nietpassend niveau. We zien vaak dat leraren een meting aanbieden die past binnen de toetskalender (bijvoorbeeld halverwege leerjaar 7 de M7 aanbieden). Dit kan op twee manieren tot toetsdruk leiden. Ten eerste krijgen leerlingen die qua niveau fundamenteel afwijken van het aangeboden niveau, mentale stress omdat het niveau van de toets ver boven of onder hun niveau ligt. Vervolgens gaat de leraar vooruit- of terugtoetsen, omdat de leerling een afwijkend niveau scoorde. (De toets is daarmee onbetrouwbaar.) Dit levert de tweede vorm van toetsdruk op: de leerling krijgt in één week verschillende toetsen van verschillende niveaus aangeboden.

Casus toetsdruk

Eric zit in groep 7 en we zijn toe aan de E-toetsen. Na de M7-toets Rekenen had Eric een vaardigheidsscore die overeenkwam met functioneringsniveau E5. Eric krijgt de E7-toets Rekenen aangeboden en haalt een lage score. Eric is gefrustreerd en de toetsresultaten zijn niet betrouwbaar te interpreteren. Toch wordt besloten terug te toetsen. De E6- en M6-toetsen Rekenen worden afgenomen. Uiteindelijk haalt Eric op de M6-toets Rekenen een gemiddelde score. Eric heeft nu veel toetsen gemaakt. Hij is moe en niet meer gemotiveerd. Voor Eric en voor de leraar was het verstandig geweest om in één keer een passende toets te kiezen.

(Digitale) houding & vaardigheden

Twee elementen worden vaak vergeten bij digitaal toetsen. Het eerste element is de houding van de leerling. Het is niet de bedoeling om toetsdruk te creëren, maar om kinderen in een ontspannen, gefocuste houding te krijgen. Net als bij andere toetsen zorg je dat de manier van onderwijs aansluit bij de manier van toetsen. Wanneer een leerling enkel te maken heeft gehad met digitale inoefening waarbij fouten geen rol speelden, sluit een digitale toets waarbij fouten wel een onderwijsinhoudelijke consequentie hebben, hier niet goed op aan. Hetzelfde geldt als digitaal werken enkel als verrijking van de leerstof of ter ontspanning is ingezet. Leerlingen ontwikkelen op deze manier geen digitale toetshouding. En de toetshouding heeft invloed op de betrouwbaarheid van het toetsresultaat: als leerlingen een toets zien als een spelletje, scoren ze mogelijk anders dan wanneer ze beseffen dat het om een test van hun niveau gaat (SLO, 2019).

Het tweede element is de vaardigheid van de leerling om een toets (digitaal) te maken. Leerlingen zouden voldoende vaardigheden ontwikkeld moeten hebben om digitaal te werken én om een toets te maken. Denk daarbij aan antwoorden afwegen, werk controleren, een antwoord zorgvuldig invoeren vóór je op enter drukt enzovoort. Als het gaat om toetsvaardigheden kunnen leerlingen een geschreven toets niet goed maken als ze bijvoorbeeld niet kunnen lezen of niet voldoende schrijfvaardigheid bezitten. Op dezelfde manier kan het ontbreken van digitale toetsvaardigheden het toetsresultaat minder betrouwbaar maken; de vraag is dan of je het te meten domein in beeld brengt of de digitale vaardigheden van een leerling.

Een van de doelen van je analyse van leerlinggegevens is om zorgsignalen op te sporen. Bij leerlingen die volgens verwachting hebben gescoord, is meestal geen sprake van zorg. Je aanbod sluit aan en de leerlingen ontwikkelen zich. Bij leerlingen die buiten je verwachting scoren, is wellicht wel sprake van een zorgsignaal. Daarbij is het waarschijnlijker dat een sterke leerling veel fouten maakt dan dat een zwakke leerling per ongeluk alles goed heeft. Bij een score die lager is dan je verwachtte, moet je uitsluiten dat het ligt aan de instrumentele toetsvaardigheden en/of toetshouding

Aanbevelingen

Als je aan de slag gaat met digitaal toetsen, adviseren we de volgende punten mee te nemen.

> Formuleer een toetsvisie. Denk met elkaar na over hoe je visie op leren aansluit bij je manier van toetsen.

> Als je hoofdzakelijk leerstof aanbiedt en verwerkt op papier en digitaal gaat toetsen, oefen dan expliciet het maken van een (digitale) toets.

  • Oefen de instrumentele toetsvaardigheden, ofwel omgaan met je materialen (papier, schrijven, toetsenbord, muis).
  • Oefen de toetshouding, ofwel de mindset die belangrijk is bij het maken van een toets. Als je veel digitaal-methodisch lesgeeft, besteed dan aandacht aan het verschil tussen digitaal oefenen, spelen en toetsen.

> Digitaal onderwijsaanbod. Neem digitale geletterdheid op in het onderwijsaanbod. Zorg dat leerlingen instructie krijgen op digitale basisvaardigheden. Neem niet zomaar aan dat leerlingen de vaardigheden uit zichzelf al ontwikkeld hebben. Dat kleuters makkelijk met een iPad overweg kunnen, wil nog niet zeggen dat ze er makkelijk op leren.

Aan het woord waren

Roelf WiersmaOnderwijsadviseur bij de Bazalt Groep.

Teun van LithOnderwijsadviseur bij OMJS.

Bronnen

Inspectie van het Onderwijs (2023a). Toetsen in het basisonderwijs. Beschikbaar op: https://www.onderwijsinspectie.nl/onderwerpen/toetsen-in-po

Inspectie van het Onderwijs (2023b). De staat van het onderwijs 2023. Beschikbaar op: https://www.onderwijsinspectie.nl/documenten/rapporten/2023/05/10/rapport-de-staat-van-het-onderwijs-2023

SLO (2019). Eisen aan een goede toets. Beschikbaar op:
https://www.slo.nl/handreikingen/vmbo/handreiking-se-gesch-vmbo/toetsenschoolexamen/eisen-goede-toets/

Close Menu

Onderwijs Maak Je Samen

Steenovenweg 50
5708HN Helmond

T: +31(0)492881157
E: info@onderwijsmaakjesamen.nl