Skip to main content

Veelgestelde vragen rondom de analyse van opbrengsten

Digitaal toetsen maakt veel zaken makkelijker. Je hebt nagenoeg geen tijd meer nodig om het gemaakte werk na te kijken en de data wordt vaak tot in detail gecategoriseerd. Dat geeft je veel input voor je school- en groepsanalyses … toch? Dikwijls lijkt het toetsen eenduidig, maar vaak liggen diverse onderwijsinhoudelijke beslissingen ten grondslag aan de gemaakte keuzes. Papier of digitaal, welk toetsniveau, welke instructie en oefensituatie? De keuzes die je daarin maakt zeggen indirect iets over de betrouwbaarheid van je analyses. Je komt daarmee vanzelf op de vraag: meten we wel wat we willen weten?

Daarom de veelgestelde vragen rondom de analyse van opbrengsten.

5 vragen rondom toetsen

1. Hoe gaan we om met door- en terugtoetsen?

Dit hangt af van je toetsbeleid. Stel jezelf de vraag of je de uitkomst van de eerste toets kunt gebruiken om een leerling in een aanbod-groep in te delen.

2. Hoe komen we tot een passende keuze voor de toetsen die we afnemen (aantal en moment)?

Neem je jaarcyclus nog eens onder de loep. Ga altijd af op het “waarom”. Wat is hetgeen je te weten wilt komen?

3. Hoe weten we of we wel echt meten wat we wilden weten?

Ga altijd na of de voorwaarden voor de toets waren vervuld. Was er een goede toetsinstructie met eventuele oefening (van de vorm, niet van de inhoud). Hoe zat het met de toetshouding? Zie ook artikel uit OMJS magazine ‘Hoe kun je meten wat je wilt weten?’

4. Hoe kiezen we een passende toets voor een leerling (in niveau en vorm)?

Je kiest altijd naar aanleiding van de leerroute van de leerling de toets. Je volgt de manier van inoefenen bij het toetsen. Was die grotendeels op papier of digitaal?

5. Hoe bereiden we leerlingen goed voor op een toets?

Ga wederom na wat leerlingen al kunnen in het wisselen van houding, en daarnaast of ze passende toetsvaardigheden beschikken om de toets te kunnen maken.

5 vragen rondom opbrengsten

1. Welke scores kunnen we gebruiken voor onze groep- en school-analyse?

Dit is afhankelijk van je onderzoeksvraag. Begin met het stellen van een vraag, dat helpt om af te bakenen welke gegevens je nodig hebt. Dat kan in de evaluatie van een interventie tot het ijken van je ambities.

2. Welke plek hebben de toetsresultaten in de rapportage naar ouders?

Je maakt zelf de keuze in hoeverre je data meeneemt naar ouders. Het is verplicht ouders te informeren over de voortgang van hun kind. Je bent niet verplicht data te overleggen.

3. Hoe kunnen we aan de hand van data sturen op onze gestelde ambities en doelen?

Dat kan aan de hand van verschillende maten. Je kunt hiervoor een combinatie maken tussen absolute vaardigheid (bv. functioneringsniveau), relatieve vaardigheid (bv. I-V) of groei (vaardigheidsgroei).

4. Wat zegt een “groter dan” (>) of “kleiner dan” (<) over de betrouwbaarheid van mijn toets?

Deze signalen geven aan dat je de gemaakte toets zeer zorgvuldig moet interpreteren. De toets is grotendeels te eenvoudig of te moeilijk geweest en meet niet goed wat hij zou moeten meten.

5. Een leerling laat weinig of negatieve groei zien, terwijl ik weet dat de leerling wel gegroeid is, hoe kan dat?

Soms, met name richting leerjaar 8, wordt groei niet meer gemeten voorbij het punt dat getoetst wordt. Je kunt jezelf dan de vraag stellen wat de toets voor meerwaarde heeft. Raadpleeg altijd meerdere bronnen (observaties, een collega, gemaakt werk).

Heb je vragen of wil je aan de slag?

Neem dan contact op met Teun. Teun is onderwijsadviseur en specialist op het gebied van toetsen en digitale geletterdheid.

Close Menu

Onderwijs Maak Je Samen

Steenovenweg 50
5708HN Helmond

T: +31(0)492881157
E: info@onderwijsmaakjesamen.nl